Ik ben gedoopt. Ik ben gelovig opgevoed. Mijn moeder nam me regelmatig mee naar de kerk, tot aan het moment dat ik mijn vormsel volbracht. Ik zie nu, achteraf, in dat dit alles niet was om mij te dwingen, maar om mij de keuze te geven om een religie te hebben.
Ik ben er meteen maar mee gestopt, want op de wilskracht van de mens na, geloof ik nergens in. Toch ben ik mijn ouders dankbaar. Niet omdat religie mij respect voor de medemens heeft geleerd of zoiets dergelijks, want dat soort normen en waarden moeten vanuit de opvoeding komen. Ik ben ze dankbaar voor mijn christelijke namen.
Normaliter krijg je naast je roepnaam er gratis een aantal antieke namen bij, van je over overgrootoma bijvoorbeeld. Niet in mijn geval. Mijn tweede naam is mijn vader’s naam, en mijn derde naam is mijn opa’s naam. Ondanks het feit dat mijn vader stamboomonderzoek als hobby had, koos hij niet voor een vaag historisch figuur, maar voor mensen die ik door en door ken, en een grote invloed hebben gehad op de persoon die ik ben geworden.
Mijn opa is inmiddels al een paar jaar niet meer onder ons, en op sommige momenten mis ik hem. Ik wilde hem nog zoveel vertellen. Dankzij mijn ouders leeft hij niet alleen voort via mijn slechte humor en slechte versiertrucs, want een “ladiesman” was ‘ie, maar ook via mijn naam. Hopelijk doe ik hem eer aan.