Ruim elf jaar heb ik alweer mijn rijbewijs (ja, ik word echt oud dus.) en alweer een jaar of 6 (of 7) ben ik in het bezit van een eigen auto. Inmiddels wel al drie auto’s verder dan de rode Peugeot 205 waar het allemaal mee begon.
Die rode 205 bleek verrassend betrouwbaar, tot er af en toe rook onder de motorkap vandaan begon te komen (koppakking, investering niet waard, heb ik mij laten vertellen). De auto had toen al ruim 50.000 km dienst gedaan dus het was ook mooi geweest. Hij moest ergens in al die kilometers een nieuwe aandrijfas, gehaald op de sloop waar je eigenlijk niet durft te komen als vrouw alleen (maar ik was ook niet alleen hoor). En waar je al helemaal niet alleen naar terug wil om te vertellen dat ze getatoeëerde man die niks zegt toch echt de foute maat had meegegeven en ik graag een andere wilde (toen was ik wel alleen). Ook heb ik eens de accu laten vervangen, door de ANWB die me toen kwamen helpen.
Dit was echter niet mijn eerste ANWB avontuur. Jaren eerder heb ik eens met de leaseauto van mijn vader stil gestaan langs de snelweg. Gelukkig merkte ik dat hij raar deed en kon ik de afslag nog af, om daar veilig papa te bellen.
“Heb je nog benzine?”
“Ja weet ik veel, jij zei tanken bij die en die kilometerstand, en daar staat ie nog lang niet op.”
“Hmm ok. Probeer eens te switchen van gas naar benzine?”
“Lukt niet, hij start nog niet.”
Even later kwam daar dan de ANWB aan rijden. Braaf uitgelegd wat er gebeurd was, waarop de ANWB hem toch op benzine kan schakelen en start. Braaf heb ik gelachen en naar mijn haarkleur gewezen en ben verder gereden.
Mijn tweede ANWB ervaring was met (dezelfde) auto van papa. Op weg naar de 50e verjaardag van mijn oom, en een paar straten voor de feestlocatie werkte de stuurbekrachtiging niet meer en deed hij vreemd. Opnieuw starten lukte niet. Auto aan de kant, naar het feest gelopen (waar mijn vader al was, op de motor) en redelijk verbaasd was dat ik lopend was. Wederom de ANWB gebeld (na de brandstof na te lopen en vaderlief zelf andere domme acties uit te laten sluiten), maar een distributieriem aan gort rijden was even iets anders dan een lege tank.
En zo was daar vanmorgen mijn meest verse avontuur met de ANWB. Voor het werk was ik op tweedaagse cursus, met hotelovernachting in Amersfoort. Vanmorgen, tussen het hotel en de cursuslocatie (een stukje van 8km) brandden er al allemaal lampjes op mijn dashboard die er normaal niet brandden. Maar ik heb een ex die automonteur is, dus zo lang ik nog rijd en er geen rook of vlammen zichtbaar zijn maak ik me geen zorgen. Zijn tip “gewoon even opnieuw starten” hielp al regelmatig tegen dat zenuwachtige geknipper achter het stuur.
Toen mijn stuur opeens raar aanvoelde, alsof ik geen stuurbekrachtiging meer had, zei ik tegen mijn twee collega’s die meereden “ik zet hem hier even bij dit informatiebord, dan start ik hem gewoon even opnieuw”. Zo gezegd, zo gedaan. Alleen gaf de auto geen sjoege meer. Zelf geen klein kuchje of klikje. Vreemd, want ik heb nét een nieuwe accu.
Ik raak niet snel in paniek en zie er wel het avontuur van in, dus belde de ANWB (nadat ik even onder de motorkap keek, voor de vorm, want ik doe me graag voor als iemand die erg technisch is), en maakte er plezier om collega A., die mij gezelschap hield. De ANWB meneer kwam, en zag vrijwel direct: de v-snaar ontbreekt. Dat was technisch gezien niet helemaal waar, want hij lag gewoon kapot onderin de auto, maar hij deed z’n werk nou niet bepaald meer.
Mijn accu werd bijgeladen en er werd een reserve accu aangesloten en zo volgden wij de wegenwacht naar een garage in Amersfoort die mijn auto zouden repareren. “Het is een Irakees maar hij is wel betrouwbaar”, zo stelde de wegenwacht me nog gerust voor ik me zorgen maakte. Door de Irakees werden we hartelijk ontvangen: “Goedemorgen dames, mag ik je telefoonnummer?” Nu ben ik al even geen vrijgezel meer, en heb dus geen idee meer hoe het allemaal werkt, maar wist niet dat meisjes tegenwoordig zo makkelijk versierd werden (zou je me niet eerst een drankje aanbieden?).
Niet veel later werden we opgehaald door een collega, en had ik een afspraakje met de Irakees (om mijn auto weer op te halen). Na een telefoontje van mijn kant (want ik had natuurlijk ook zijn nummer) ging ik weer op naar mijn autootje.
“Er zit een deuk in zagen we, maar we kunnen de camerabeelden opvragen bij de buurman om te kijken wie er tegenaan gezeten heeft mevrouw!”
“Hmmm ja die zat er al in, maar toch bedankt”
Na afgerekend te hebben en een gezellig kletspraatje met alle Irakezen ging ik maar weer eens richting Eindhoven.
“Heeft u de sleutel hier of staat die erop?”
“Hahahaha mevrouw erop?!!!! Natuurlijk niet!”
“Oh nou in Eindhoven kan dat allemaal nog” lachte ik.
“We verhuizen naar Eindhoven!” Zeiden ze in koor.
Na nog een keer lief en blond gelachen te hebben ben ik naar Eindhoven gereden, zonder panne!
Wel onderweg nog even gebeld door de Irakees “uw auto is klaar mevrouw” waarop ik heb gezegd “ja fijn, en hij doet het ook nog steeds”.
Vrienden voor het leven gemaakt daar in Amersfoort!
Pingback: De trein van 16.10 | Als ik maar tot mijn hoogte . com